Oorzaken en pathogenese van suikerziekte bij de kat

De twee types suikerziekte die bij de mens beschreven zijn, zijn ook van toepassing op de kat. Type I (of insuline afhankelijke diabetes mellitus) is te wijten aan een absoluut tekort aan insuline; terwijl type II (of niet-insuline afhankelijke diabetes mellitus) gekenmerkt wordt door een abnormale insuline secretie en perifere insuline resistentie. Het is onduidelijk welk type het meest voorkomt bij katten (Scott-Moncrieff 2009).

Obesitas en fysische inactiviteit zijn oorzaken van insuline resistentie. Gecastreerde mannelijke katten hebben dubbel zoveel kans om diabetes mellitus te ontwikkelen dan gecastreerde vrouwelijke dieren. Daarenboven kunnen een aantal medicijnen zoals glucocorticoïden en progestagenen insuline resistentie induceren; vooral bij chronisch gebruik of het toedienen van langwerkende preparaten. Eveneens zijn stress, hyperglycemie en ziekte mogelijks verantwoordelijk voor insuline resistentie. Bij katten met acromegalie (overproductie van groeihormoon) en hyperadrenocorticisme kan diabetes mellitus ook een mogelijke complicatie zijn.

Het verlies van beta-cellen is te verklaren door uitputting van deze cellen, maar ook door neerslag van amyloid in de pancreas eilandjes, glucosetoxiciteit en pancreatitis (Rand en Marshall 2004).

Referenties:

  1. Rand J.S., Marshall R.D. (2004). Feline Diabetes mellitus. In: BSAVA Manual of Canine and Feline Endocrinology. Third Edition. p. 129-141.
  2. Scott-Moncrieff J.C. (2009) Symposium Proceedings WSAVA Congress 2009: Managing Complex diseases. Insulin-Resistant Diabetes Mellitus: Is it Cushing’s or Acromegaly?
amyloidosis

Amyloidosis van de eilandjes van Langerhans bij een kat, 25x
(Dept. of Pathology, Faculty of Veterinary Medicine, University of Utrecht.)